Shop Mobile More Submit  Join Login
About Literature / Professional Jasper de GrootMale/Netherlands Groups :icongooglesketchup: GoogleSketchUp
3D for the masses!
Recent Activity
Deviant for 11 Years
Needs Core Membership
Statistics 203 Deviations 1,576 Comments 32,228 Pageviews
×

Newest Deviations

Mature content
Kramer - Sedert 1787 :iconywander:Ywander 0 0
CBC-001 Copernicus by Ywander CBC-001 Copernicus :iconywander:Ywander 10 3 MARBAR gravracer 3D print by Ywander MARBAR gravracer 3D print :iconywander:Ywander 8 4 Duel by Ywander Duel :iconywander:Ywander 56 7 '76 Advanced Transport rendered. by Ywander '76 Advanced Transport rendered. :iconywander:Ywander 43 15
Mature content
Hotel California Pt09 :iconywander:Ywander 0 0
Mature content
Hotel California Pt08 :iconywander:Ywander 0 0
Mature content
Hotel California Pt07 :iconywander:Ywander 0 0
Mature content
Hotel California Pt06 :iconywander:Ywander 0 0
Mature content
Hotel California Pt05 :iconywander:Ywander 0 0
Mature content
Hotel California Pt04 :iconywander:Ywander 0 0
Mature content
Hotel California Pt03 :iconywander:Ywander 0 0
Mature content
Hotel California Pt02 :iconywander:Ywander 1 0
Mature content
Hotel California Pt01 :iconywander:Ywander 0 2
A Car Is Infinity Times Four by Ywander A Car Is Infinity Times Four :iconywander:Ywander 4 2 The year is 1976... a different 1976 by Ywander The year is 1976... a different 1976 :iconywander:Ywander 4 0

Favourites

Wasteland Truck by Darkki1 Wasteland Truck :icondarkki1:Darkki1 2,403 186 Anomaly Containment Unit by Marrekie Anomaly Containment Unit :iconmarrekie:Marrekie 189 31 Space Exploration Mech by Marrekie Space Exploration Mech :iconmarrekie:Marrekie 251 47 Red Sands Riot by Marrekie Red Sands Riot :iconmarrekie:Marrekie 243 42 'Michael Collins' Freight-runner by Marrekie 'Michael Collins' Freight-runner :iconmarrekie:Marrekie 267 45 goiter guy by apterus goiter guy :iconapterus:apterus 180 20 3D Study by AITUARMANAS 3D Study :iconaituarmanas:AITUARMANAS 58 33 TIE Fighter poster by MightyOtaking TIE Fighter poster :iconmightyotaking:MightyOtaking 1,940 281 Radial Fighter - Jochem ( Sci fiwarships ) by retromaniak Radial Fighter - Jochem ( Sci fiwarships ) :iconretromaniak:retromaniak 24 5 Engine maintenance by MacRebisz Engine maintenance :iconmacrebisz:MacRebisz 1,756 141 Summer 4 by soft-h Summer 4 :iconsoft-h:soft-h 3,744 103 Catgun by glooh Catgun :iconglooh:glooh 5,166 483 Gozan IV by Talros Gozan IV :icontalros:Talros 2,045 107 Battletech - Unseen Moon by Shimmering-Sword Battletech - Unseen Moon :iconshimmering-sword:Shimmering-Sword 2,256 342 USCSS IRIS Concept by NikolayAsparuhov USCSS IRIS Concept :iconnikolayasparuhov:NikolayAsparuhov 316 49 FA 2212 HUN Class Super Heavy by Andywerk FA 2212 HUN Class Super Heavy :iconandywerk:Andywerk 223 17

Friends

Watchers

Activity


Mature Content

This content is intended for mature audiences.


or, enter your birth date.*


Month

Day

Year*
Please enter a valid date format (mm-dd-yyyy)
Please confirm you have reviewed DeviantArt's Terms of Service below.
* We do not retain your date-of-birth information.
Er zijn van die momenten dat je niet weet waarom je juist datgene doet wat je eigenlijk haat te doen. Voor Jurgen was dat een hond uitlaten. Om te beginnen had hij gewoon niets met ze; hij vroeg zich altijd af wie nou eigenlijk wie uitliet. Maar wat hem echt tegen de borst stuitte was deze ene hond.
Bella was zelfs voor een Chihuahua klein en mager. In het heerlijke lentezonnetje trilde ze nog als een junk die te lang zonder had gezeten. De term “hond” was teveel eer voor deze cavia met anorexia. Om het allemaal nog erger te maken, droeg ze ook nog eens een roze jasje en een halsbandje met nepdiamanten. En ze had een karakter passend bij haar lelijke uiterlijk.
Jurgen keek neer op het ondermaatse geval en zijn mond vertrok van afkeer. Bella keek naar hem op en ontblootte een bek vol naaldvormige tanden waar een piranha jaloers op zou zijn. Hij weigerde te geloven dat dit afkomstig moest zijn van wilde wolven. Geen wonder dat deze trotse dieren bijna nergens meer in het wild voorkwamen. Ze schaamden zich kapot bij de gedachte dat dit mormel hun nakomeling moest voorstellen.
Jurgen besloot haar te negeren in de hoop dat zij hetzelfde zou doen. Passief-agressief was zijn gebruikelijke aanpak. Gewoon negeren, dan gaat het wel weer ov… – waarom was zijn sok opeens nat?
Met gespeelde onschuld keek Bella omhoog. Een spoor druppeltjes liep van het gedrocht naar de natte plek op en rondom zijn schoen.
Daar stond hij dan, midden in de drukste winkelstraat van de stad, met een volgezeken schoen en pal in het zicht van het hele winkelende publiek. Elke voorbijganger keek naar hem en barstte in lachen uit, terwijl hij wanhopig en binnensmonds vloekend probeerde de viezigheid van zijn schoen af te stampen. God, waarom deed hij dit zichzelf aan?
  “Bedankt dat je haar even voor me vasthield. Je bent een schat,” zei Jasmijn, terwijl ze de riem weer van hem overnam. “Kom, we moeten nog naar één winkel. Ga je mee?”
Daarom. Als Jasmijn vroeg of hij zin had om mee te gaan boodschappen doen, dan deed hij dat. Als Jasmijn vroeg of hij Bella wilde vasthouden, dan deed hij dat. Als Jasmijn naar hem lachte was de wereld een beetje mooier. Alleen wanneer zij de gemeenschappelijke keuken van hun studentenhuis binnenliep, bleef hij langer hangen dan strikt noodzakelijk. Ze was alles wat Jurgen in een vrouw begeerde. Mooi, altijd opgewekt, ze studeerde hard en nooit ordinair. Ze was de perfecte girl next door. Zijn perfecte vrouw. Behalve dat kuthondje dan, dat ze overal in huis vrij liet rondlopen. Jurgen had haar al meerdere keren zijn kamer uitgejaagd nadat hij haar knagend aan zijn spullen had aangetroffen.
  “Kom je? Hier hebben ze echt alles!”
Jurgen schrok op uit zijn gedachten en zag nog net Jasmijns bevallige achterwerk verdwijnen door een zwart geschilderde winkeldeur met een ‘huisdieren welkom’ sticker. Ze waren ongemerkt in het oude gedeelte van de stad beland. Hier waren de straten niet meer dan rustige steegjes zonder harde dance muziek of schreeuwerige reclame boven te dure spijkerbroeken. Hier vond je de kleine boetiekjes, kunstgaleries en alternatieve kledingwinkels waar hij doorgaans niets te zoeken had. De winkel waar Jasmijn naar binnen was geglipt kende hij niet. Hij kocht alles via internet.
‘Kramer - Sedert 1787’ stond er in sierlijke witte letters op de pui, maar de rest van de gevel was net zo zwart als de deur. Nergens stond vermeld wát ze precies verkochten, maar een blik in de etalage onthulde een bonte verzameling van huishoudelijke artikelen, speelgoed, curiosa, werkkleding en elektronica.
De deur tikte een belletje aan die elke bezoeker vrolijk aankondigde. Eenmaal binnen kwam Jurgen tot stilstand in een oase van koele stilte en keek met open mond om zich heen. De muren gingen schuil achter enorme stellingkasten die tot aan het hoge balkenplafond reikten, uitpuilend met de meest uiteenlopende inventaris die hij ooit bijeen had gezien. Hand- en theedoeken, printers en kleurrijke dozen waspoeder stonden naast ambachtelijke houten klompen, muizenvallen en bezems. Een hardhouten toonbank ter grootte van een vliegdekschip stond overwoekerd met kartonnen displays vol chocoladerepen, aanstekers en laserpennen. Op het uiterste hoekje balanceerde een kassa als een koperen kunstwerk. Verderop zag hij een glazen vitrine met tablets en e-readers. Op de grond voor de kast stond een selectie rubberen regenlaarzen uitgestald. Elk artikel, hoe groot of klein ook, had een klein kartonnen kaartje met een handgeschreven prijs eraan hangen.
Groot was de L-vormige winkel niet, maar dichtgegroeid tot een doolhof van stellingen met rolgordijnen, Delftsblauwe molentjes, vishengels, bakken vol natuursponzen, ouderwetse deurknoppen en houten knijpers. Het plafond was als een druipsteengrot van mattekloppers, borstels en nep oriëntaalse lantaarns, doortrokken met geuren van schoonmaakmiddelen en boenwas.
Pal naast de deur stond een bak water en hier vond hij Bella aan een haakje gebonden. Het beestje zat op de mat en een onoplettende klant zou haar per ongeluk zo een trap verkopen. Enigszins opgevrolijkt bij dit vooruitzicht stapte Jurgen verder de winkel in.
De indeling creëerde talloze stille hoekjes en verborgen afdelingen, maar de heldere stem van Jasmijn bood hem een reddingsboei in deze stormachtige aanval op rationaliteit en orde. Er was nog iemand bij haar. De kalme stem van een oudere man. Hij vond ze om de hoek van een kast vol speelgoed.
  “Ik kom zo bij u, meneer,” sprak de man met zijn rug naar Jurgen.
  “Oh, hij hoort bij mij,” zei Jasmijn.
Nu pas draaide de man zich om. De winkelier was minstens twee meter lang en smal gebouwd, alsof zijn lichaam zich aan de hoge, nauwe doorgangen van zijn winkel had aangepast. Hij droeg een ouderwetse grijze stofjas. Jurgen schatte hem begin zestig met vriendelijke blauwe ogen en een voortdurende glimlach op de lippen. De man keek Jurgen recht aan.
  “Is dat zo?” vroeg hij en knipoogde. Jurgen voelde zijn hoofd rood worden.
  “Oh, en ik heb nog van die vliegenvangers nodig. Heeft u die nog?” vroeg Jasmijn, terwijl ze haar lange donkere haar achter haar oor veegde. Gelukkig had ze niets in de gaten.
  “Zeker, neutraal of citroen?”
Met Jasmijn in zijn kielzog liep de verkoper terug naar de voorkant van de winkel waar de enorme kassa stond waar menig museum jaloers op zou zijn. Jurgen sjokte erachter aan en kon zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen.
  “Had jij nog iets nodig, Jurgen?”
  “Zijn dat van die plakkerige vliegenvanger-plakband-dingen die mijn oma vroeger had hangen?”
  “Ja, goed hè? Nergens meer te krijgen, maar meneer Kramer heeft ze gewoon op voorraad. En voor normale prijzen.”
Jasmijn rekende af en hield de gele rollen triomfantelijk omhoog.
  “Ik zei het toch: hier verkopen ze echt alles. Dat weet iedereen.”
  “Nou, alles is een beetje een groot woord, vindt je niet?” zei Jurgen en bestudeerde een stapel type 402 batterijen, een soort dat hij nog nooit eerder had gezien.
  “Ach, je bent gewoon cynisch. Ik ben hier in ieder geval altijd nog geslaagd.”
  “Nee, hoor. Meneer heeft een punt,” onderbrak de verkoper hen. “Laten we zeggen dat ik tot nu toe iedereen heb kunnen helpen met hetgeen zij wilden hebben. Er zijn echter wel regels aan verbonden.”
De man keek Jurgen strak aan en even zag deze niets meer dan twee ogen zo blauw als prehistorisch gletsjerijs. “Zo verkoop ik alleen aan diegene die iets voor zichzelf wil hebben. Ik werk niet mee met snel geld verdienen via Marktplaats.”
Jurgen was niet onder de indruk.
  “Dus als ik vraag om een IDE drive adapter om mijn oude harde schijf te redden?”
Daarmee had hij de zelfingenomen verkoper wel tuk. Tenminste, dat dacht hij. Wat hij niet verwachtte was dat de man al tikkend tegen zijn kin wegliep naar een stelling achter hen. Een wankele stapel smoezelige multomappen werd opzij geschoven en de verkoper haalde twee plastic doosjes tevoorschijn.
  “USB of SATA?”
  “Ha ha, zie je wel? Wat ben je toch een computernerd,” lachte Jasmijn. Jurgen staarde met zijn mond open naar het felrood gekleurde printplaatje in doorzichtig plastic.
  “Hè? Maar IDE harde schijven zijn vet achterhaald. Niemand bouwt die dingen nog in. Alleen webwinkels verkopen er nog adapters voor.“
   “Och,” zei de winkelier en tikte met zijn wijsvinger tegen de zijkant van zijn neus, “ik loop nog wel eens tegen oude voorraad aan. Ik ben dol op oude spullen. Hoe ouder hoe beter! Bovendien gooi ik nooit iets weg, nooit. Heel belangrijk. Er is altijd wel iemand die de juiste prijs wil betalen.”
Beduusd keek Jurgen op het prijskaartje. In sierlijke letters stond er: ‘Kom nog eens terug!
  “Maar dit is gratis?”
  “Zie het als een stukje social marketing, zoals dat tegenwoordig zo mooi heet.” Kramer glimlachte stralend naar hen beide. “Mijn manier om klanten aan me te binden.”
Even later stonden Jurgen en Jasmijn weer buiten. De buitenlucht, het felle zonlicht en het lawaai van de stad waren allen in zo’n contrast met de koele stilte in de winkel, dat hun bezoek onwerkelijk leek.
Naast hem kletste Jasmijn onafgebroken over vriendinnen, uitgaan en sporten. Allemaal dingen die hem geen meter interesseerden, maar Jurgen genoot desondanks van het moment. Als iemand hen zo zou zien, zouden ze misschien wel denken dat ze bij elkaar hoorden en Jurgen vond dat een heerlijke gedachte. Pas voor de deur van Jasmijns sportschool hielden ze stil. Dit was altijd het moment waarop Jurgen het bloed in zijn hals voelde kloppen en niet alleen vanwege het mentale plaatje van Jasmijn in een strak sportbroekje. Terwijl ze haar eigen spullen van hem overnam, veegde ze haar lange haar achter haar oor en keek hem aan.
  “Zeg, zou je misschien eens een keertje -”
  “Hey Jasmijn, ook hier? Alles goed?”
Ze werd onderbroken door iemand van hun leeftijd die net aan kwam fietsen.
  “Oh, hey Oz,” antwoordde ze hem en lachte.
Oscar ter Louw was een jongen met brede schouders en dito glimlach. Hij had smaak en hij had geld. Hij kende iedereen en als er iets cools gebeurde was hij er altijd bij. Zelfs zijn bijnaam was cool. Oz voor vrienden. Zo’n beetje iedereen dus.
Oz. Hun buurman. Jurgen haatte hem alleen al om het feit dat hij alle aandacht als een zwart gat naar zich toe trok, dus ook die van Jasmijn. Al wist hij dat hij ook zonder Oz geen schijn van kans had, zag Jurgen hem toch als een rivaal.
  “Hey Jurgmans,” zei Oz nog, maar keek hem niet aan.
Uit automatisme haakte Jurgen mentaal al af en droop af. Er was een grens tussen zijn wereld van computers, gamen en zweetplekken onder je oksels als je alleen al de trap opliep en de wereld van kite surfen, uitgaan, versieren en versierd worden. Jasmijn was de plek waar die werelden tegen elkaar aanschuurden, maar nooit vermengden. Dat kon hem niet zoveel schelen, behalve Jasmijn dan. Telkens moest hij haar achterlaten en alleen terugkeren naar zijn eigen wereld.

Die avond zat hij alleen op zijn studentenkamer, zijn enige prestatie van onafhankelijkheid. Jurgens gezicht stond op onweer. Zijn gedachten dwaalden steeds af naar de sportschool, waar Jasmijn hem iets had willen vragen. Maar wat?
Ter afleiding probeerde hij zich te concentreren op het inbouwen van Kramers adapter en even later gaf zijn computerscherm keurig alle bestanden van de oude harde schijf weer. “Ik beweer niet zomaar alles te hebben,” had de arrogante verkoper gezegd. Alsof dat de enige verklaring was en Jasmijn ging er nog in mee ook. Net zoals ze met Oz meeging, de sportschool in. Waarom moest hij nou precies op dat moment opdagen en alles verpesten?
Jurgen bekeek de opengeschroefde computerkast. De oude harde schijf snorde tevreden als een oude kat in de zon en Jurgen ondedrukte de neiging om hem met geweld los te rukken en uit het raam te flikkeren.
Goed, dan maar de boel opruimen, wat in Jurgens wereld zoveel betekende als alles zoveel mogelijk onder het bed proppen. Zijn blik viel op een donkere vorm die zich onopvallend schuil hield tussen alle andere oude en vergeten spullen onder zijn bed. Het was zijn oude Intellivision. Het ding stond al sinds de dag dat hij uit huis was stof te vergaren. De enige reden dat hij de hopeloos verouderde spelcomputer had meegenomen was vanwege de herinneringen aan het samen spelen met zijn vader. Ze hadden maar één simpel voetbalspelletje, niets vergeleken met de nieuwste games die iedereen toen speelde. Maar de hele zondagmiddag samen doorbrengen voor de tv, lachen en cola drinken? Dat was goud waard. Hij en zijn vader. Samen als twee onafscheidelijke vrienden. Tot de scheiding.
Dat waren herinneringen die hij doorgaans bewust op afstand hield. Pa en ma hadden vreselijke ruzies gehad. De dingen die ze tegen elkaar zeiden, die ze over elkaar tegen hem zeiden. Hoe egoïstisch het ook klonk, het ergste was nog dat zijn vader na de scheiding weer gelukkig was. Zó gelukkig zelfs, dat hij Jurgen leek te vergeten. Of wilde vergeten. Alsof Jurgen zijn enige herinnering aan een vreselijke tijd was in plaats van het enige lichtpuntje.
Ondertussen lag de oude spelcomputer onder zijn bed als een angstig huisdier dat te vaak een trap gekregen had. Er klopte iets niet met de ouderwetse gekrulde draden waarmee de controllers vastzaten.
Jurgen schoot overeind en haalde het apparaat tevoorschijn. Als een dode muis bleef een van de plastic controllers zielloos op de grond liggen, terwijl het gerafelde koord los bungelde. Kapotgeknaagd. Wel godverdomme! Dat kutbeest! Mij voor lul zetten is tot daar aan toe, maar mijn spullen slopen? Precies het enige in mijn hele kamer dat onvervangbaar is.
Hij smeet de oude machine op zijn bed, naast de openknipte verpakking van de IDE adapter. Het ouderwetse prijskaartje met ‘Kom nog eens terug!’ hing er nog aan.
Wel, eens zien of die opschepper zijn grote mond kan waar maken, dacht hij en scheurde bijna zijn mouw kapot terwijl hij zijn jas aanschoot.
Tot zijn frustratie had het naastgelegen Chinees restaurant hun afvalcontainer weer eens dwars in de steeg gezet. Het gevaarte blokkeerde de smalle en slecht verlichte doorgang. Iedereen in huis noemde het de verkrachterssteeg, vol schimmige portiekjes en blinde muren. Ze grapten wel eens dat ze vroeg of laat over een lijk heen zouden moeten stappen om bij hun fiets te kunnen.
Vloekend duwde Jurgen het stinkende gevaarte opzij en kon eindelijk de frisse lucht opzoeken. Binnen tien minuten was hij terug in het centrum. Donderdagavond was koopavond en de drukte van het winkelende publiek op de warme zomeravond kalmeerde Jurgen. Opgaan in de menigte van mensen die iets te doen hadden, een doel, een bestemming, en die hem geen aandacht schonken, gaf hem het gevoel dat ook hij deel uitmaakte van iets groters, iets interessants. Hij volgde de stroom van mensen, koos zijn aftakkingen en hield stil voor de winkel van Kramer. De man draaide net het “Yes! We are open!” bordje om toen hij Jurgen zag. Direct opende hij de inktzwarte deur.
  “Ik ga eigenlijk sluiten,” zei hij, “maar als u snel bent, kunt u nog wel even naar binnen, hoor.”
Zonder op een antwoord te wachten draaide hij zich om. Jurgen volgde hem zwijgend het doolhof van stellingkasten binnen.
  “Ik neem aan dat uw computeronderdeel naar tevredenheid werkt? Mooi! Dat doet mij deugd. Maar nu zoekt u iets specifieks, is het niet? Niet zoals vanmiddag, toen het toeval – en een zeer aantrekkelijke jongedame – u hier brachten.”
  “Een controller voor een Mattel Intellivision uit 1979,” zei Jurgen en vouwde zijn armen over elkaar.
  “Dat klinkt als een uitdaging!” zei Kramer en klapte in zijn handen. ‘Laten we vlug kijken wat ik nog heb liggen.”
Heen en weer speurend tussen kasten door liep Kramer naar achteren. “Ik heb er niet veel verstand van, maar ik heb nog wat spullen staan uit eind jaren zeventig. Ja ja, ik weet het nog goed. Ik ben alleen bang dat ik alles op één hoop heb gegooid. Eens even zien.”
Links achterin stond een vooroorlogse servieskast vol klompen in alle kleuren en maten. Kramer trok een la open, keek er vluchtig in en trok toen een schijnbaar willekeurige andere la open. “Ah, dit lijkt er meer op. Hier hebben we onze verloren zoon. Wilt u er een met rechte draad, of gekruld?”
Jurgen stond aan de grond genageld van verbazing. Alsof er niets bijzonders aan de hand was liep de oudere man langs hem heen terug naar de kassa.
  “Gekruld, of niet soms? Ik vrees dat hij niet meer in de originele verpakking zit, maar u wilde hem toch niet hebben voor een collectie, is het niet? Zoiets als dit heeft te maken met herinneringen. Altijd zonde als zoiets beschadigd raakt. Maar ja, zelfs apparaten hebben niet het eeuwige leven.”
Jurgen knikte. “De hond die mijn controller sloopte ook niet, zeker als ze ooit nog eens aan mijn spullen komt. Als je toch alles verkoopt, heb je dan niet iets om van een klein keffertje af te komen?”
  “Is dat het hondje van uw vriendin?” zei Kramer met een knipoog.
  “Ja. Nee. Ik bedoel, het is haar hond, maar ze is niet mijn vriendin,” antwoordde Jurgen en voordat hij zich zelf kon tegenhouden floepte hij eruit: “Was dat maar waar.”
  “Ik zie het. Misschien kan ik beter eerst nog iets anders toelichten,” antwoordde de man. “Zodat er geen verrassingen ontstaan, ziet u. Ik heb namelijk tijdens uw eerste bezoek niet alle regels uitgelegd, vrees ik. De tweede regel is zelfs belangrijker dan de eerste. Alles in deze winkel heeft zijn prijs en de prijs moet betaald worden.”
Jurgen begreep niet waarom de man zoveel nadruk legde op de meest open deur betreffende de werking van alle winkels ter wereld. De man lachte geluidloos en Jurgen kon niet bepalen of het uit medelijden was, of uit plezier.
  “Wees gerust, jonge vriend, de prijs zal altijd in verhouding zijn. Maar kom! Wat dacht u van deze?” Hij haalde de doos van een dartbord onder de kassa tevoorschijn en haalde er een pakje dartpijlen uit. Jurgen kon zijn lachen niet onderdrukken. Ondanks dat hij zijn bedenkingen had over de man, had deze wel humor.
  “Of misschien die?” voegde Jurgen er aan toe en wees naar een kleine magnetron in de etalage. “Dat zal ‘m leren!”
  “En anders hebben we altijd deze nog!” zei Kramer weer. Deze keer pakte hij een lange stok met een haak en gebruikte hem om een mollenklem van zijn haakje aan het plafond te tillen. Het apparaat zag eruit alsof het Bella in tweeën kon knippen.
  “Oh man, die is goud waard. Die kan ik achter mijn deur leggen als ik in de keuken sta. Knappe Bella als ze hier voorbij komt. Jammer van de bloedspetters.”
  “Wel, er zijn natuurlijk ook minder spectaculaire middelen,” antwoordde Kramer.
Jurgen keek op. Opeens stond er een klein doosje op de toonbank. Het was geel, een beetje gedeukt, en vol Aziatische tekens.
  “Wat is dat?”
  “Een middel, een doel en de prijs ineen,” antwoordde Kramer. Er was geen spoor meer van zijn goedlachse humeur te bekennen. Toen pas zag Jurgen dat er geen bedrag op het kartonnen kaartje geschreven stond. In dezelfde gekalligrafeerde stijl stond er ‘Bella’ geschreven.
  “Is dat… gif? Ik ga haar toch niet vergiftigen!”
  “Ik zeg niet dat het gif is. Alleen dat alles een prijs heeft. En de prijs moet betaald worden. In dit geval is het alles in één. Men koopt het een en krijgt het ander, begrijpt u wel? De vraag is eerder: hoe vaak wilt u nog bij me terug komen om iets dat kapot is te vervangen?”
  “Maar… maar je hebt toch alles te koop?”
  “Ik hou niet van de ongevraagde wijsheden, Jurgen, maar voor ééntje maak ik graag een uitzondering.” Kramer leunde naar voren. “Voorkomen is beter dan genezen.”
  “Ja, natuurlijk. Maar om dat beest nou te vergiftigen, dat gaat toch te ver?”
  “Wie zegt dat het gif is, Jurgen? Ik zeg alleen dat dit aan de vraag zal voldoen. Zou dat te ver gaan? Ik weet het niet. Mensen vragen dingen aan mij en ik verkoop hen waar ze om vragen. Ik vraag niet of het is wat ze nodig hebben. Ik vertel ze niet wat ze er mee moeten doen. Dat is niet mijn taak. Daar zijn ouders voor, leraren, politici, kerken.
Aarzelend nam Jurgen het doosje in zijn hand en verbaasde zich over hoe zwaar het was. Nergens stond er iets in het Engels, of een afbeelding van een rat met een streep erdoor. Zelfs geen doodshoofd symbool. Voor hetzelfde geld was het Chinees behangplaksel.
  “En dit zal er voor zorgen dat ik van Bella verlost ben?”
Kramer knikte.

Even later fietste Jurgen door het centrum terug naar huis. De straten waren verlaten en plakkerig van de benauwde avondlucht. Schemerig lantaarnlicht bleef tussen opeengepakte gebouwen hangen en maskeerde nog meer dan ze onthulde. Onderweg probeerde hij zijn gedachten te ordenen. Wat was er zojuist gebeurd? Wat was hij eigenlijk van plan met dat pakje in zijn binnenzak? Wat was die Kramer voor een figuur? Er kwamen geen antwoorden, alleen lantaarnpaal na lantaarnpaal en hij gaf het op.
Het studentenhuis was leeg en donker, verlaten. Niemand bleef thuis op de donderdagavond. Iedereen was in de stad; drinken, dansen, feesten. Iedereen, behalve Jurgen. En Bella, die een verrassing voor hem had achtergelaten. Pal voor zijn deur en omdat Jurgen in gedachten verzonken was, trapte hij er midden in.
Vloekend en scheldend stond hij even later zijn schoen en zijn deurmat te wassen in de gootsteen van de gemeenschappelijke keuken. Waarom liet Jasmijn dat kreng ook vrij loslopen? Waarom moest dat kutbeest hem steeds hebben?
Een wolk warme diarreelucht kwam omhoog door het stomend hete water, recht in zijn gezicht. Hij kokhalsde. Even leek het erop dat hij het zou redden, maar bij de onvermijdelijke volgende ademhaling keerde zijn maag zich met geweld om en kotste hij zijn avondeten over de lengte van het aanrecht heen.
Het kostte hem een kwartier in de frisse buitenlucht, happend naar adem, voordat hij het aandurfde om binnen alles weer schoon te maken en daarna waren er nog steeds nog eens zijn schoen en deurmat. Deze twee legde hij in zijn douche, bond een handdoek om zijn mond en spoelde alles op veilige afstand weg.
Het was ver na middernacht toen hij uitgeput op de bank in de keuken neerplofte. In het donker draaide hij het gele pakje in zijn handen om en om.
Een schril keffen deed hem opkijken. Daar. In de deuropening. Daar zat dat mormel hem gewoon uit te dagen. Geluidloos keken ze elkaar aan, een onuitgesproken gevecht om dominantie. Opeens stond Jurgen op en scheurde het pakje open. Het poeder wat erin zat was kleurloos en geurloos. Niets dan grijs stof. Hij twijfelde er niet aan dat het enig effect zou hebben, maar wat? Was het nou vergif, of niet? Voor hetzelfde geld moest hij er een papje van maken en zijn deur ermee insmeren zodat ze nooit meer in zijn kamer zou komen. Jurgen dacht dat hij ooit zoiets over een kattenmiddel had gelezen. Godsamme, Kramer had op zijn minst een gebruiksaanwijzing kunnen meegeven!
Voor hem klonk een laag grommen. Verbaasd keek hij op en zag Bella haar tanden ontbloten, trillend op haar pootjes van woede.
  “Wat is er met jou aan de hand, maf beest?”  
Bella blafte. Een hoog, schel keffen dat zijn oren pijn deed.
  “Hou je kop, stom stuk vreten. Eerst sloop je mijn spullen, dat schijt je mijn deurmat vol en nou ga je je nog een beetje lopen aanstellen ook?”
Jurgen zwaaide om zijn woorden kracht bij te zetten. Elke keer als het pakje richting Bella kwam, deinsde ze achteruit en blafte ze nog harder.
  “Houdt je kop! Kan je hier soms niet tegen? Mooi! Wil je soms even proeven?”
Jurgen wierp een beetje van het stof uit het pakje richting Bella en het hondje stoof er in blinde paniek vandoor. Grijnzend ging hij haar achterna. Misschien dat het spul toch niet zo’n gek idee was. Hij vond het miezerige hondje in de gang, krabbelend als een dolle aan Jasmijns dichte deur. Zeker door de tocht dichtgevallen. Dus daarom zwerft ze vrij rond, besefte hij.
  “Oh stel je niet zo aan, stom beest. “
Op het moment dat hij haar aansprak keek ze hem aan en jankte zachtjes. Tot ze Jurgens deur op een kier zag staan.
  “Als je dat maar uit je kop laat, kreng,” waarschuwde Jurgen haar. “Ik zweer het je: als je daar naar binnen gaat, ga je eraan.”
Zijn dreigement leek weinig effect te hebben. Hij kon de afweging gemaakt zien worden in het lelijke kopje. In een flits ging ze ervandoor. Jurgen rende om haar de pas af te snijden, maar ze schoot tussen zijn benen door zijn kamer in en rende onder zijn bed om zich te verschuilen. Jurgen liet zich op de knieën vallen om haar te pakken te krijgen, maar vergat helemaal dat hij nog steeds het pakje in zijn hand hield. Door alle beweging kwam er een wolk van het grijze stof uit. Zodra hij ermee bij het hondje in de buurt kwam ging ze er zo hard weer vandoor dat het bijna komisch was. Behalve dat ze recht in Jurgens opengemaakte computer rende. Er klonk een zachte knal, alsof iemand op een ballon ging staan die in een handdoek was gewikkeld, en alle lichten gingen uit.
De gehele studentenflat was aardedonker. Jurgen moest de lamp van zijn telefoon gebruiken om te kunnen zien wat er was gebeurd, al had hij een zinkend gevoel dat hij het al wist. Tussen de schaduwen, die voor het licht van zijn telefoon uit dansten, zag hij een bol pluizig haar liggen. Het deed helemaal niets meer, behalve dat er een doordringende schroeilucht vanaf kwam.

Niet veel later zat Jurgen op het bed van Jasmijn, terwijl ze huilend tegen hem aan leunde, haar hoofd op zijn schouder. Nadat hij Bella in een oude schoenendoos had gelegd en het raam had geopend, had hij Jasmijn gebeld om te zeggen dat er een afschuwelijk ongeluk met Bella was gebeurd. Binnen een kwartier was ze thuis, buiten adem van het fietsen, en in totale paniek. Jurgen had haar nog net weten tegen te houden om de doos open te maken door te zeggen dat ze haar hondje zou willen herinneren zoals ze haar had achtergelaten. Niet wat er in de doos lag.
Nog voordat hij kon vertellen wat er was gebeurd was ze met haar jas nog aan door haar knieën gezakt. Hij had haar nog net kunnen opvangen en op het bed laten zitten. Jurgen dacht dat ze misschien in een soort shock kon zijn. Ook hij was zich kapot geschrokken. Zoveel zelfs dat, toen hij Bella uit zijn computer probeerde te tillen, hij eerst een plastic tas over haar heen moest doen om de gevolgen van haar elektrocutie niet direct aan te hoeven raken. Gelukkig verdreef de wind de ergste walm uit zijn kamer.
Na de eerste schok kwam het besef dat hij Jasmijn moest bellen om te vertellen wat er was gebeurd. Ergens achteraf in zijn  geest knaagde de vraag of hij zich niet schuldig zou moeten voelen, maar wat had hij er aan kunnen doen? Hij vond het lullig voor Bella en vreselijk voor Jasmijn, maar het was dat stomme beest haar eigen schuld dat ze met haar natte neus precies tegen die blootliggende kabel was aangekomen.
In zijn armen schokte Jasmijns lichaam snikkend tegen het zijne. Haar haren kriebelden tegen zijn lippen en hij rook sigarettenrook en bier in haar haar. De universele lucht van de kroeg. Onopgemerkt ging de tijd voorbij. Langzaam maar zeker droogden de tranen op en sloeg de vermoeidheid toe.
  “Kom op, Jas. Je moet naar bed,” zei hij zachtjes. “We kunnen zo niet blijven zitten.”
  “Waarom niet?” zei Jasmijn met een schorre stem en keek naar hem op. “Waarom kunnen we niet gewoon zo blijven zitten?”
Daar had Jurgen geen antwoord op en glimlachte terug.
  “Kan je niet nog even blijven? Bella bleef altijd bij me slapen en nou…” Ze slikte iets zwaars in haar keel weg. “Nou ben ik vannacht alleen. Ik wil niet alleen zijn.”
Jurgen knikte alleen maar.
  “Ik weet dat je een hekel had aan Bella,” zei Jasmijn plotseling en hij verstijfde. Vermoedde ze soms iets? “Maar toch hield je haar altijd vast als ik het vroeg. Je hebt haar zelfs voor mij uitgelaten als ik dat wilde. Toch?”
Jurgen knikte, maar zweeg.
  “Ik weet wel dat je dat eigenlijk niet wilde, dat je het alleen voor mij deed. Je bent lief.”
Jurgen voelde de lippen van Jasmijn tegen de zijne aankomen. Ze was zacht, warm, en tegelijkertijd voelde het alsof hij werd geëlektrocuteerd. Hij werd bewust van zijn hele lichaam en vooral dáár waar Jasmijn tegen hem aanleunde. Hij voelde haar been tegen de zijne, haar borsten die tegen hem aandrukten, haar natte wangen die langs de zijne streken. Ze zoende hem eerst zacht en toen steeds harder. Ze duwde zich tegen hem aan en ze viel, met haar winterjas nog aan, bovenop hem. Jurgen kreeg bijna geen adem meer en toch genoot hij intens van haar smaak, haar geur, haar aanrakingen.
  “Hey jongens, iemand thuis?” klonk het door de gang. “Jullie kunnen weer gerust adem halen, hoor. De Ozman is veilig terug.”
Deze keer verstijfde Jasmijn. Haar ogen schoten naar de deur die godzijdank was gesloten. De voetstappen van zware leren laarzen dreunden voorbij en stierven weg.
Opgelucht dat het gevaar was geweken probeerde Jurgen overeind te komen om Jasmijn opnieuw te omhelzen, maar ze bleef naar opzij staren. Hij volgde haar blik en zag de kartonnen doos op haar bureau staan.
Achteraf begreep Jurgen niet helemaal wat er gebeurde, maar dat de magie was verdwenen was wel duidelijk. Jasmijn stond op en verontschuldigde zich zonder hem aan te kijken. Ze was aangeschoten en van streek en het speet haar dat ze opeens gekke dingen deed. Liever wilde ze nu even douchen en naar bed. Om te slapen, weet je wel?
Verbijsterd liet hij zich zachtjes naar buiten duwen. Met een dichtgeknepen stem kon hij nog net liegen dat het niet erg was en dat hij het wel begreep. Daarna droop hij af naar zijn eigen donkere kamer waar de verschroeide lucht van Bella net niet helemaal was weggewaaid en lag de rest van de nacht op zijn rug naar het plafond te staren.

Het feit dat hij langzaam en rustig wakker werd had zijn eerste waarschuwing moeten zijn. Dat zijn wekker niet in zijn oor blèrde de tweede. Jurgens hersenen waren echter niet gemaakt voor 's ochtends vroeg en dus kwam hij er veel te laat achter dat hij zich had verslapen. Vloekend en scheldend trok hij zonder te douchen zijn kleren aan en rende de keuken in om een boterham in zijn mond te proppen. De rest van de studentenwoning was verlaten. Zowel Jasmijn als Oz was zo te zien al vertrokken. Hij baalde dat hij Jasmijn was misgelopen, maar misschien was het maar beter ook. Dit was niet de beste plek was om te zeggen waar hij de hele nacht over na had liggen denken. Het hele voorval had hem eindelijk over de streep getrokken. Vandaag zou hij open kaart spelen naar Jasmijn. Hij zou eerlijk bekennen dat hij heimelijk verliefd was en dat hij hemel en aarde zou bewegen voor haar. Hij zou er alles voor over hebben als ze nog eenmaal met hem zou zoenen. Deze keer zou Oz geen roet in het eten gooien. Als hij dát nog eens zou flikken…
Die dag had Jurgen zijn aandacht niet bij het college. De professor kletste wat hem betrof maar een eind heen. Hij hield alleen zijn horloge scherp in de gaten. Jasmijn zou om half drie klaar zijn, zoals elke vrijdagmiddag, en dan nog een uur vergaderen in de soos van haar studentenvereniging. Hij had zijn speech al honderd keer in gedachten geoefend en op elke mogelijke reactie afgestemd. Niets kon er meer fout gaan. Hoe bizar ook, maar eindelijk had dat klotebeest van een Bella iets goeds gedaan voor hem. Wat hem betrof kon professor lulkoek daar voorin de collegezaal in de stront zakken. Net als Oz met zijn meest waardeloze timing ter wereld. Net als de rest van de wereld. Niets zou hem nog tegen houden.
Stipt half vier stond hij met zijn hart in zijn keel bij de uitgang van de soos. Studenten liepen vrolijk pratend het gebouw in en uit, allen uitkijkend naar het weekend nu het zulk warm weer was. Jurgen voelde zich er wat ongemakkelijk bij. Dit waren de populaire jongens en meiden die van feesten hielden en van dingen organiseren. Het verenigingsleven had Jurgen nooit aangesproken; teveel sociale verplichtingen naar zijn mening. Dat was allemaal niet aan hem besteed. Hij maakte zich vooral druk of de warmte hem geen zweetplekken onder zijn oksels zou geven.
Opnieuw waande hij zich op de grens tussen twee werelden. Deze keer zou hij zich niet laten afschrikken; de zoen op haar bed vertelde hem dat Jasmijn bij hem hoorde en niet bij dit oppervlakkige volkje dat alleen maar oordeelde op je uiterlijk, je geld en hoeveel bier je kon wegtikken.
Twee giechelende meiden liepen naar buiten en vielen meteen stil zodra ze hem zagen. Verdomme, wat als Jasmijn niet alleen naar buiten kwam? Hij wilde niet in zijn oude patroon terugvallen, maar misschien was het beter om een stukje verderop te wachten, in de schaduw naast de bushalte. Dan kon hij tenminste de situatie beter inschatten voordat hij op haar af zou stappen.
Nog voor hij de kans kreeg kwam Jasmijn naar buiten. Ze was alleen en glimlachte afwezig, alsof ze zich bewust was van de dood van Bella, maar zich er doorheen probeerde te slaan. Bij het zien van Jurgen lachte ze breed en zwaaide naar hem. De adrenaline gierde door zijn aderen en deed zijn vingers trillen. Als hij zijn verhaal maar zonder stotteren kon afsteken.
  “Hoi, wat doe jij nou hier?” vroeg ze meteen. Ze hield haar hoofd iets opzij, zodat haar lange haar naar voren viel en haar grote ogen liet uitkomen.
  “Ik... ik wilde weten hoe het met je ging,” stamelde Jurgen met zijn handen diep in zijn zakken. “Je weet wel, na gisteravond.”
  “Het gaat wel,” antwoordde ze, terwijl ze langs hem heen keek. “Ik was er vandaag niet helemaal bij met mijn gedachten.”
  “Ik snap het. Weet je, ik wilde nog wat vragen…”
Jurgens geoefende speech was opeens nergens meer. Zo smooth en gelikt als zijn gedachten hadden geklonken, zo geforceerd kwam het er nu uit. Er viel een ongemakkelijke stilte waar hij niet meer uitkwam.
  “Ja?” vroeg Jasmijn hem. Ze keek hem nu recht aan.
  “Nou, over gisteravond– “ begon Jurgen eindelijk.
  “Ja, over gisteravond!” onderbrak een te vrolijke en te harde stem. “Wat was er nou gebeurd, Jas?”
Jurgen voelde zijn hart samenknijpen. Alsof niets in de wereld hem wat kon maken, struinde Oz op hen af. Zijn haar zat perfect, zijn leren jas hing losjes om zijn brede schouders en zijn grijns leek wel licht te geven midden op de zonnige vrijdagmiddag. Zoals gewoonlijk.
  “We hadden het net zo gezellig en ineens was je verdwenen. En nou hoorde ik zojuist dat Bella dood is? Damn, meisje, dat is hard.”
Jasmijn zuchtte diep en lachte naar hem. Ze leek niet eens te beseffen dat Jurgen op het punt had gestaan om zijn ziel en zaligheid uit te storten.
  “Hey Oz. Sorry, dat ik er zomaar vandoor ging. Er was inderdaad iets gebeurd met Bella.”
  “Dat is balen, zeg. We hadden het net zo gezellig.”
Tot zijn afgrijzen zag Jurgen hoe Oz zijn arm om Jasmijn heen sloeg en haar tegen zijn zij aan drukte.
  “Ik bedoel, we hadden het gezellig, toch? Heel gezellig?”
Het was de knipoog die het hem deed. Oz keek hem recht in de ogen en knipoogde. Weg was het zonlicht. Weg was de zomerwarmte. Een diepe, koude afgrond opende zich onder Jurgens voeten en verzwolg hem.
  “Hey Oz,” begon ze nog tegen de grootste hufter die er op deze aarde rondliep en lachte er zelfs verlegen bij. Misschien dat Jasmijn of Oz nog verder praatte, dat kon Jurgen niet zeggen. Net als het zonlicht viel het langs hem heen zonder hem te raken. Hij was ergens zonder licht, zonder geluid en zonder emotie behalve een diepe, diepe ader vol haat die verder en verder door zijn lichaam woekerde. Hij draaide zich om en liep weg. Riep iemand hem? Alsof dat hem nog iets kon schelen. Hij was verraden en als een bijtend zuur verteerde het hem van binnen uit.
De rest van de middag was een gitzwarte waas. Hij dwaalde door de stad, te kwaad om te kunnen huilen van frustratie. Het enige wat hij nog voor zich zag was de grijns van Oz en zijn knipoog. De knipoog die hem alles vertelde wat hij hoefde te weten over zijn leven. Hij was tweederangs en dat zou hij altijd blijven. Geen enkel meisje zou ooit op hem vallen met die grijns in de buurt. Oz wist het en hij had het Jurgen nu ook duidelijk gemaakt. Jurgen had geen schijn van kans met Jasmijn. Nooit gehad ook. Niet zolang Oz in de buurt was en besloot dat ze zijn vriendinnetje zou worden. Want zo werkte Oz; als hij besloot een grietje te veroveren, dan gebeurde dat ook.
Zo werkte de wereld. Oz was cool, Oz was populair en Oz kreeg de chicks in zijn bed, terwijl Jurgen de hand aan zichzelf sloeg achter zijn computer. Zo ging het al jaren en zo zou het voor altijd blijven. Ieder van hen vertegenwoordigde zijn eigen wereld en Oz zou er persoonlijk voor zorgen dat Jasmijn bij hem in zijn wereld zou blijven. Het enige wat Jurgen mocht hebben was haar hondje uitlaten en ook dat was nu voorbij.
Die avond zou de dunne muur tussen zijn eigen studentenkamer en die van Oz weer laten doorschemeren wat er in het bed aan de andere kant gebeurde. De gedachte dat deze keer die geluiden van Jasmijn afkomstig zouden zijn werd hem teveel. Doortrokken van wanhoop zocht hij naar een manier om zich af te reageren en besefte toen pas waar hij was beland. De zwart geschilderde gevel met de sierlijke witte letters Kramer - Sedert 1787 rees voor hem op in de schaduwen van het smalle straatje.
Met een klap gooide hij de deur open en vervloekte het vrolijke belletje dat zijn stemming durfde te bespotten.
  “Een goedemiddag, mijnheer,” groette Kramer hem tussen de stellingen vandaan. Geen spier in zijn gezicht vertrok bij het zien van de blik in Jurgens ogen. “Wel, u ziet er meer dan ooit uit als iemand die iets nodig heeft en dringend ook. Is alles naar wens verlopen gisteravond?”
Jurgen keek hem niet begrijpend aan, overmand door zijn gevoelens van verraad.
  “Ik bedoel het hondje waar u zoveel last van had?”
  “Wat kan mij die kuthond schelen?” snauwde Jurgen. Hij snoof de lucht in en uit en had bijna de hele inboedel kort en klein geslagen, ware het niet dat de koele, bijna koude lucht in de winkel enigszins rustgevend werkte.
  “Beheers uzelf, alstublieft. Wat er ook aan de hand is, we vinden wel een oplossing. Het is een rustige middag en er zijn geen andere klanten in de winkel. Ik kan er niets aan doen, maar ik zie het als mijn plicht om u te helpen. Dus, begint u eens bij het begin en vertel mij wat er precies is gebeurd? Heeft u het poeder gebruikt?”
  “Nee!” brieste Jurgen. “Nee, ik heb dat stomme poeder niet gebruikt. Ik kreeg de kans niet eens. Dat klotebeest rende mijn kamer in, precies tegen de enige blootliggende stroomdraad in de hele kamer.”
Kramer knikte begrijpend. “Ach, het komt op hetzelfde neer, nietwaar? Hoe de prijs precies betaald wordt maakt mij als winkelier niet zoveel uit.”
  “Wat? Jezus, je bedoelt… Bella was toch de prijs? Ze moest gewoon dood?”
  “Haar naam stond op het kaartje, Jurgen, en de prijs moet worden betaald. Maar maakt u geen zorgen.”
  “Nee! Nee, ik heb haar helemaal niet gedood. Het was een ongeluk. Ze elektrocuteerde zichzelf. Gewoon, omdat ze weg rende van… van…”
Jurgen keek verschrikt op in het gezicht van Kramer. Zijn blauwe ogen keken in alle rust en stilte terug. Zuchtend haalde Jurgen zijn handen door zijn haar.
  “Ze rende weg, omdat ik met dat spul in de weer was. Jezus. Maar ik was helemaal niet van plan om haar wat aan te doen! Het was gewoon een ongeluk, oké? Ik had er niets mee te maken.”
Kramer glimlachte alleen maar geduldig.
  “En wat dan nog? Het was haar eigen schuld. Had ze maar van mijn spullen af moeten blijven. Ze heeft tenminste nog één ding goed voor me gedaan. Toen ik Jasmijn belde lagen we even later op háár bed te zoenen. Te zoenen! En wat de fuck gebeurde er toen? Het ene moment scheur ik zowat uit mijn broek van geluk en het volgende moment komt die klootzak thuis en verpest alles. Wil ik vandaag alles aan haar opbiechten, komt die lul wéér aanzetten.
Dan, recht voor mijn neus, gaat die klootviool haar gewoon versieren en zij–“ Met een klap sloeg Jurgen zijn vlakke hand op de toonbank. “–zij gaat er nog op in ook! Zo dicht als jij en ik hier nu staan, slaat hij zijn arm om haar heen en gaat een beetje staan vertellen hoe ‘gezellig’ ze het wel niet hadden. Die vuile, smerige, achterbakse teringlijer. Drie jaar lang woon ik naast haar. Zie je het voor je? Drie jaar lang gebeurt er niets en dan opeens dit.”
Hij brak. De tranen lieten zich niet langer tegenhouden. “En ik was zó dichtbij. Zó dichtbij. Ik wil haar zó erg.”
Een warme hand werd op zijn schouder gelegd.
  “Een emotionele schok kan iemand kwetsbaar en ontvankelijk maken,” opperde Kramer en knikte meewarig. “Onder de juiste omstandigheden is daar… gebruik van te maken.”
Jurgen slikte zijn tranen in. “Wat bedoel je? Waarvan gebruik maken?”
  “Dat lijkt me toch duidelijk. Als iemand een plotselinge emotionele schok ondergaat, bijvoorbeeld het verlies van een geliefd huisdier, dan is er behoefte aan troost en gezelschap. U zei het zelf, jullie lagen reeds in bed, totdat iemand jullie stoorde. Iemand die, zoals ik vermoed, heel goed begrijpt hoe zoiets werkt?”
Jurgen kon zichzelf wel voor zijn kop slaan. Natuurlijk! Hoe had hij het niet kunnen zien? Jasmijn was helemaal ondersteboven na de dood van Bella, hij probeerde haar te troosten, maar toen Oz de volgende dag hoorde wat er was gebeurd ging de smeerlap er meteen achteraan. Hoe had hij zo blind kunnen zijn? Het lag niet aan hem, niet aan Jasmijn, het lag aan Oz!”
  “Nee toch? Die hufter maakt gewoon misbruik van de situatie. En nou zijn mijn kansen met Jasmijn verkeken.”
  “Tsja, het is de vraag of het verlies van een hondje daarvoor wel voldoende was…” begon Kramer en keek de winkel in.
  “Maar wat? Heb je soms nog iets voor me? Je verkoopt toch alles? Alsjeblieft!”
Jurgen wist niet hoe hij de man moest overtuigen, maar hij was bereid om op zijn knieën te gaan als dat nodig was.
  “Misschien ben ik niet helemaal duidelijk geweest, mijn beste. Ik heb nooit gezegd dat ik alles te koop heb. Integendeel, ik heb alleen maar gezegd dat ik tot nu toe altijd iedereen heb kunnen helpen met wat ze willen. Soms moet men het alleen iets anders aanpakken dan verwacht. Wie weet slaat men dan zelfs twee vliegen in één klap.”
Jurgen kneep zijn ogen samen tot spleetjes. “Hoe? Zeg het!”
  “Als ik één ding heb geleerd sinds deze winkel haar deuren opende in 1787, dan is het wel dat er voor elk probleem een simpele oplossing is.”
Kramer leek afgeleid, starend langs Jurgen heen alsof hij niet meer bestond.
  “Een knaljaar, 1787. Grote slag geslagen met een partij bijlen. Vlijmscherpe dingen. Perfect geschikt.”
  “Waar heb je het over?” vroeg Jurgen ongeduldig.
Kramers blauwe ogen leken wel te twinkelen van binnenpret. “Excuus, ik dwaalde even af in mijn herinneringen. Ik wil alleen maar zeggen dat er ook voor u een oplossing is. Voor uw behoefte, maar ook voor uw probleem met oneerlijke concurrentie natuurlijk.”
  “Concurrentie?”
  “Loopt u even mee,” was alles wat de lange man antwoordde en ging hem voor door het doolhof van houten klompen, verfblikken en kookgerei. Hij hield stil tussen een hoge kast vol aardewerk en een stellage met koffiezetapparaten en naaimachines die op het punt van instorten leek te staan. Kramer ging op zijn knieën en sloot de ogen. Even dacht Jurgen dat de man ging bidden, maar Kramer haalde slechts een klein houten kistje onder een verborgen luik in de vloer vandaan.
Zwijgend liep hij terug naar de toonbank en zette het voorzichtig neer. Met rustige, afgemeten bewegingen opende hij het deksel en draaide het geopende kistje naar Jurgen toe. Het was bekleed met fluweel en erop lag een mes.
Op slag verdween de kakofonie van kleuren en vormen in de winkel. Alles wat Jurgen nog zag was dat mes op bloedrood fluweel. Het was simpel en eenvoudig en behalve het lemmet, dat vol onbekende symbolen en tekens was gekrast, was het onversierd. Het heft was donker hout met slechts een leren veter omwikkeld. Jurgen had een diepe overtuiging dat het scherp genoeg zou zijn om door elk deel van het lichaam heen te snijden als iemand het maar zou proberen. Aan de binnenkant van het deksel prijkte een vergeeld kartonnen kaartje.
   “Je bedoelt toch niet…” begon hij met bevende stem en zijn adem dreef in wolkjes weg. Jurgen voelde zich klein worden te midden van een ijzig doolhof. Om hem heen rezen de stellingkasten op, overladen met consumententroep uit elk tijdperk van de mensheid, hoger en hoger naar een zwarte onzichtbare hemel. Een onuitputtelijke overvloed aan hebbedingen.
  “Men koopt het een en krijgt het ander,” antwoordde Kramer. “Herinnert u zich wat er met uw vriendin gebeurde ná het verlies van haar hondje?”
Jurgen staarde naar het mes en knikte.
  “Herinnert u zich… de kus?”
Opnieuw kon Jurgen alleen maar knikken.
  “Herinnert u zich de warmte van haar lichaam? Haar lange benen, haar zachte borsten, de smaak van haar tong?”
Jurgen hield het bijna niet meer. De herinnering aan Jasmijns bed drongen zich aan hem op en vulden hem vanuit zijn onderbuik met een verstikkend verlangen. Hijgend pakte hij het kaartje en draaide het langzaam om. Er stonden slechts twee sierlijke letters op: ‘Oz.’
  “Herinnert u zich nog wat er gebeurde toen hij thuis kwam? Wat er de volgende dag gebeurde zodra hij zijn kans kreeg? Wilt u hem nogmaals de kans geven om af te pakken wat van u kan zijn? Wat van u behoort te zijn?”
Jurgen schudde heftig zijn hoofd. De herinneringen vervormden zich. De opgewondenheid in zijn kruis week voor een gitzwarte haat die in zijn borstkas bloeide als een druppel inkt in een kom water. Aan de andere kant van diezelfde toonbank leek Kramer een vogelverschrikker, pijnlijk mager en langgerekt, zonder enige kleur, behalve die onbeweeglijke blauwe ogen die hem onaflatend aanstaarden. Jurgen zag echter alleen nog maar Oz. Alleen nog de grijns. De knipoog. En het mes voor hem op het rode fluweel, met de krioelende symbolen op het lemmet en de impliciete gevolgen die het in zijn geest opriep.  
  “Wat wilt u dan?”
  “Ik wil Jasmijn,” fluisterde Jurgen.
  “Pardon, ik kan u niet verstaan.”
  “Ik wil Jasmijn!” schreeuwde Jurgen en rende de winkel uit. De lucht was het diepdonker blauw van de late zomeravond en de hitte lag als een vloeibare, vettige laag over de stad. Hij sprong op zijn fiets en trapte tot hij buiten adem was, maar hield niet in. Hij klemde zijn stuur vast om kracht te kunnen zetten en pas toen pijn in zijn hand ondraaglijk werd besefte hij dat hij al die tijd het mes open en bloot vastgeklemd hield.
Hij besteedde er geen aandacht aan. Het enige wat door zijn hoofd spookte was dat Oz altijd op vrijdag tot een uur of tien sportte en dan thuis ging douchen. Een half uurtje later, elke week weer, ging hij de stad in, op jacht. Om half elf zou hij de woning via het steegje verlaten en naar de tramhalte lopen. De verkrachtersteeg. De steeg waar ze vroeg of laat over een lijk heen zouden moeten stappen op weg naar buiten. De perfecte plek.
Slippend kwam Jurgen tot stilstand. Hij gooide zijn fiets tegen de kant en wachtte hijgend tot zijn hartslag weer onder controle was. Hier in de steeg was de hitte bijna ondraaglijk, samengedrukt tussen de hoge blinde muren. Het zweet gutste van zijn voorhoofd, over zijn rug en onder zijn oksels vandaan.
Snel rolde hij de vuilniscontainer van het Chinees restaurant half voor het portiek van het naburige pand en verborg zich erachter. In de hitte was de stank van rottend eten onverdraaglijk, maar dat deed er niet toe. Niemand die hem kon zien; niemand die hem kon horen. Oz zou nietsvermoedend voorbijwandelen. Het verbaasde Jurgen hoe kalm hij was. Zijn hartslag moest ruim boven de honderdvijftig zijn en toch dacht hij volkomen helder na. Hij zag het helemaal voor zich. Hoe Oz met zijn brede grijns op hem af zou lopen, onbewust van het noodlot waar hij op afstapte. Een korte, snelle beweging, niet meer dan een flits, en het bloed, zwart in het donker van de nacht, zou ongenadig wegvloeien en al Jurgens problemen meenemen de grond in. Voor altijd.
Jasmijn zou van hem zijn. Niets stond hem meer in de weg. Hij zou haar weer troosten in haar verdriet. Niemand zou weten wat er was gebeurd. Niemand, behalve hijzelf en hij zou voor haar klaar staan. Hij zou haar held zijn. Haar held met bloed aan zijn handen. Het was maar goed ook dat ze er nooit achter zou komen. Nee, hij mocht niet aarzelen! Niet nu ze zo dicht bij hem was. Ze behoorde aan hem toe, niet aan Oz. Niemand wist hoe hij smerig misbruik van haar maakte. Niemand, behalve Jurgen. Wel, nu was het zijn beurt en als hij het nu niet deed, zou ze nooit weerstand kunnen bieden aan die brede grijns. Dan zou hij haar verliezen en kon hij net zo goed dood zijn.
Hij keek naar het vreemde mes dat hem zou helpen haar eindelijk te veroveren. Zijn knokkels waren wit gespannen alsof een skelet het heft vasthield. In het zwakke licht dansten de raadselachtige symbolen over het lemmet.
De klap van een dichtvallende deur schrok Jurgen wakker. Het was zover! Daar, onder de buitenlamp boven de achterdeur, stond zijn rivaal, grijnzend als altijd.
Nee, wacht, er klopte iets niet. Wat was er met Oz aan de hand? De mondhoeken van de jongen trokken naar beneden. Het was geen grijns. Het was een grimas. Zijn ogen waren rood doorlopen. Had hij… Was hij nou… Huilde hij nou? Oz liep door de steeg, handen diep in zijn zakken, zich niet bewust dat hij werd bekeken.
Het kritieke moment was daar. Oz was nu binnen armlengte van Jurgens vlijmscherpe mes. Zijn belager kon duidelijk zien dat de tranen inderdaad over zijn wangen liepen. Nietsvermoedend liep hij langs en verdween om de hoek.
Achter de rolcontainer liet Jurgen het mes uit zijn handen vallen en zakte op zijn knieën. Het moment was voorbij. Het moment waarop alles voor hem zou goedkomen. Het moment waarop hij eindelijk en voor het eerst de leiding zou nemen in zijn miezerige leven was aangebroken en voorbij gegaan en hij had niet gehandeld.
Het waren de tranen geweest. De tranen die over de wangen van zijn meest gehate vijand rolden. Net zoals de tranen van Jasmijn hadden gerold toen ze haar hondje dood in een kartonnen doos had aangetroffen. Dood omdat hij haar had opgejaagd.
Jurgen leunde achterover tegen de achterdeur van de Chinees en veegde zijn eigen tranen weg. Hij hield van Jasmijn. Die wetenschap was zijn enige anker in deze bizarre situatie. Hoe zou hij haar ooit kunnen hebben, open en eerlijk en uit vrije wil, met zo’n monsterlijk geheim op zijn geweten? Als ze werkelijk op Oz viel en niet op hem, zou hij dat haar kunnen ontnemen, haar opzettelijk pijn doen en vervolgens zichzelf opdringen? Wilde hij haar omdat hij dacht dat ze even, heel even, ook voor hem leek te kiezen? Of ging het hem alleen maar om zichzelf en wilde hij haar gewoon koste wat kost bezitten? Desnoods over lijken? Maakte dat hem niet nog veel erger dan Oz?
Hij stapte op zijn fiets. Even later stond hij een laatste maal voor de winkel van Kramer - Sedert 1787. Als enige pand was het licht nog aan. Binnen gleden onheilspellende schaduwen over de wanden als een grotesk schaduwpoppentheater. Jurgen probeerde de deur niet eens. Hij wilde niets meer met deze winkel te maken hebben, vol monsterlijke koopwaar voor ijdele behoeftes, of met de man die er steeds meer en meer voor in ruil wilde hebben. In plaats daarvan gooide hij het mes door de brievenbus en maakte hij dat hij wegkwam.
Eenmaal thuis was alle energie uit zijn lichaam verdwenen. Hij voelde zich moe en vies; hij had het koud en hij wilde naar bed en alles vergeten, maar dat kon niet. Jasmijn stond voor zijn deur te wachten. Als hij dan toch de lafaard was, kon hij het maar beter in één keer ondergaan. Alleen nog de vernedering van de ‘we kunnen beter vrienden blijven’ speech en dan kon hij het allemaal achter zich laten.
  “Hey,” zei ze zacht.
  “Hey.”
  “Ik wilde nog wat tegen je zeggen vanmiddag, maar je was opeens weg.”
  “Ja nou, je was druk bezig. Ik dacht dat ik jullie maar beter alleen kon laten. Het was nogal een gekke avond enzo.”
Ze lachte en opnieuw kon Jurgen het niet onderdrukken om naar haar te kijken zoals hij al drie jaar lang van een afstand naar haar had gekeken. Die lach. Die heerlijke lach waar hij blijkbaar toch geen moord voor kon doen. Even vroeg hij zich af of hij het wel gedaan zou hebben als zij er zelf om had gevraagd.
  “Een gekke avond. Ja, dat kan je wel zeggen. Eerst Bella, toen wij twee en de volgende dag kwam Oz aanzetten. Ik wist even niet meer hoe ik het had.”
  “Ik hoop alleen maar…” De woorden wilden niet komen. Hij had gehoopt op een waardig afscheid, maar improviseren met meisjes was niet zijn sterkste punt. “Het spijt me van Bella enzo. Ik hoop dat Oz je weer gelukkig maakt.”
Hij durfde haar niet in de ogen aan te kijken en hoopte dat het snel voorbij was, zodat hij terug naar zijn kamer kon. Zoals hij zich nu voelde werd het een marathon sessie gamen om de pijn te verdoven, of een partijtje keihard janken en dan naar bed. Of iets van alles tegelijk.
  “Hey Jurgen?”
  “Ja?”
Ze nam zijn gezicht in haar zijdezachte handen. “Ik heb niks met Oz.”
De woorden drongen bijna niet door de muur van vermoeidheid en schaamte in Jurgens geest.
  “Wacht, wat?
  “Ik dacht al dat je dat dacht. Sorry, maar wat dat betreft ben je echt een open boek. Luister, ik heb niks met Oz. Ja, hij probeerde me te versieren. Dat doet hij al sinds hij hier introk en mij voor het eerst ontmoette. Ik heb hem altijd afgehouden, omdat ik mij meer op m’n gemak bij jou voelde. Noem mij ouderwets, maar ik bleef hopen dat je me eindelijk eens mee uit zou vragen. Ik bedoel, een filmpje kijken op de bank, of samen shoppen is niet echt een date, of wel?”
  “Maar… maar…”
  “Gisteravond was ik in de war. Echt, gewoon in de war. Zoveel emoties, weet je wel? Ik was dronken, Oz was de hele avond aan het flirten tot ik er gek van werd. Ik weet niet waar hij opeens last van had. Toen belde jij ineens dat Bella dood was. Ik bedoel, het was niet echt het begin tussen ons zoals ik me dat had voorgesteld. Daarom ging ik vanochtend zo vroeg weg. Het was nog steeds niet het juiste moment. Kun je nagaan wat ik voelde toen je speciaal voor mij naar de soos was gekomen?”
  “Ja, maar…”
  “Natúúrlijk kwam Oz er op dat moment weer tussendoor. De timing van die gozer af en toe. Hij hield me gewoon vast toen jij ervandoor ging! Waar was je nou? Ik maakte me zorgen!”
  “Ik… ik was de stad in gegaan. Beetje rondhangen. Niets bijzonders.”
  “Ben je echt zo jaloers op Oz?”
Jurgen knikte alleen maar. Het leek wel alsof Jasmijn zijn gedachten kon lezen. Of het gewoon van zijn gezicht kon aflezen.
  “Aardige jongen, hoor, maar weet je: hij weet precies hoe hij de meiden moet bespelen. Hij denkt alleen maar aan zichzelf en wat hij wil hebben. Als ik voor hem was gegaan, was ik even later de zoveelste ex van Oz. Ik heb daar ondertussen wel genoeg van. Nu wil ik wel eens iemand die aan een ander denkt. Dus heb ik hem net weggestuurd.”
  “Je hebt hem…?”
  “Weggestuurd, ja. Hij was hier net met een heel ingestudeerd verhaal over hoe gek hij wel niet van me was. Dat hij wilde opbiechten dat hij echt van me hield en niet langer zonder me kon. Alsof ik daar in zou trappen. Ik heb het hem recht in zijn gezicht uitgelegd dat ik met jou verder wil. Ik denk dat hij nog het meeste van streek was dat er een meisje op deze wereld bestaat die weerstand kan bieden aan de machtige charmes van Oz. Hij droop zojuist af, vlak voordat jij binnenkwam.”
Jasmijn legde haar armen om zijn nek en Jurgen ademde haar frisse zoete parfum in. Het deed zijn hoofd draaien.
  “Laat je me hier nog langer staan, Jurgen? Ik krijg het koud.”
  “Dus jij… en…ik?” was alles wat hij kon uitbrengen.
  “Als het je leuk lijkt.” Ze glimlachte naar hem zoals alleen zij dat kon en nam hem mee naar haar kamer.

De volgende ochtend sprong Jurgen voor het eerst in zijn leven vol energie uit bed. Háár bed. Buiten begon het licht aarzelend, maar had nog een lange weg te gaan op de overwinning van het duister. Jurgen kon met geen mogelijkheid nog slapen. Wie had ooit gedacht dat hij de nacht met Jasmijn zou doorbrengen? Hij hapte nog naar adem als hij er aan terug dacht. Heel even schoot hem door het hoofd wat er de vorige avond bijna was gebeurd. En dan te bedenken dat het niet eens nodig zou zijn geweest! Al wat hij had hoeven doen, al die tijd, al die jaren, was zijn gevoelens aan haar opbiechten. Hoe had hij zo blind en zo stom kunnen zijn om dat niet in te zien? Wat een ongelooflijk geluk dat ze toch samen waren gekomen. Ze was het beste wat hem ooit was overkomen. Ze was honderd keer beter dan wat hij ooit verdiende. Ze was zijn godin en hij zou haar eeuwig trouw blijven. Sterker nog, hij zou haar eens verrassen met een ontbijt op bed. En geen slappe crackers met oude jam, oh nee. Alleen het beste wat er te koop was. De bakker een paar straten verder zou vast wel al open zijn. Stilletjes sloop Jurgen de kamer uit en trok zijn kleren aan. Hij stapte naar buiten en schrok zich wezenloos.
Nauwelijks zichtbaar in de inktzwarte schaduwen van de steeg stond Oz. Tranen stroomden onophoudelijk uit zijn wijd opengesperde ogen.
  “Jezus, man, wat is er met jou gebeurd?” vroeg Jurgen.
Als in paniek greep Oz hem bij zijn jas en trok hem dichterbij om hem in zijn oor te fluisteren.
  “De prijs moet betaald worden.
Het laatste was Jurgen zag was een flits in het donker en een kartonnen kaartje met zijn eigen naam in sierlijke zwarte letters.



Einde
Kramer - Sedert 1787
Dit is 1 van mijn 2 inzendingen voor de Harland Awards. Helaas buiten de prijzen gevallen, maar toch een heel leerzame ervaring. De stad is gebaseerd op Alkmaar, waar ik woon en de winkel van Kramer is eveneens gebaseerd op een werkelijke winkel in het oude centrum. Een winkel die je moet zien om te geloven!
Loading...
CBC-001 Copernicus
Escorted by two wings of SF-14 Vampires, the CBC-001 Copernicus crosses Lunar orbit on her way to the first and last armed conflict between Earth's forces and the Cypan. 

It's a 3D model of the AutoCAD Copernicus. Just because I wanted to know how the proportions would look like in all three dimensions! I'm pretty happy with the end result, even though it's just lowpoly. Gonna make some other shots and animations later on...


  • Listening to: Fleetwoord Mac - The Chain (Guardians of the Galaxy 2 OST)
  • Reading: Neil Gaiman - Smoke & Mirrors
  • Watching: Akira OVA
  • Playing: Rise of the Tombraider
  • Eating: Paprika Kronkels
  • Drinking: Coke
Loading...

deviantID

Ywander
Jasper de Groot
Artist | Professional | Literature
Netherlands
I'm an artist who can't decide between 3D modelling and writing. So I do both!

Current Residence: Alkmaar, Holland
Personal Quote: The dreamers of the day are dangerous men
Interests

Journal History

Groups

Comments


Add a Comment:
 
:iconbengtzone:
Bengtzone Featured By Owner Sep 24, 2015
Reply
:iconlao-wa:
lao-wa Featured By Owner Feb 21, 2015  Professional General Artist
^__°
Reply
:iconnicarox:
NicaRox Featured By Owner Oct 3, 2014
Hi there, I was just wondering if you got my reply on stash?
I'm asking because I am not sure if stash alerts replies?
Reply
:icondynamicspace:
dynamicspace Featured By Owner May 7, 2014
Hey, thanks for your art :)
Reply
:iconbgerr:
bgerr Featured By Owner May 17, 2013  Hobbyist Artisan Crafter
Hi Ywander,

heb je tip opgevolgd en joined deviantart. Heb t vissershuis opgezocht waar je het over had - gaaf hoor! Sketchup is errug leuk!

groetjes,

Barbara
Reply
:iconcarlfab13:
carlfab13 Featured By Owner May 14, 2013  Hobbyist Digital Artist
Your works are so Amazing!!! Nice one bro :D
Reply
:iconywander:
Ywander Featured By Owner May 15, 2013  Professional Writer
Thanks! I'm glad you like it...
Reply
:iconrogerraven:
RogerRaven Featured By Owner Mar 26, 2013  Hobbyist General Artist
Really like your ship designs Mr Ywander!
Reply
:iconywander:
Ywander Featured By Owner Mar 27, 2013  Professional Writer
Thank you!
Reply
Add a Comment: